Balense bezienswaardigheden
Inhoud:
Kruiermuseum - Oud Gemeentehuis - Kerk Balen centrum -
Kerk Wezel - Kerk Rosselaar - Kerk Hulsen - Kapel Schoor - Kapel Gerheide - Kapel Rosselaar - Hoeve Rosselaar - Hoolstmolen - Pannenhuis - Topmolen
Het Kruiermuseum is gevestigd in het oud gemeentehuis, dat van 1906-1907 dateert en neorenaissancetrekken vertoont. Het is beschermd sinds 2000 en wordt kortelings volledig gerestaureerd (2008/2009).
Het gebouw is min of meer neogotisch van stijl met als hoofdmateriaal rode baksteen van steenbakkerijen uit Beerse en Rijkevorsel, onderbroken door lagen en versieringen in witte natuursteen van Euville (Frankrijk). Wanneer we het hebben over de stijl van het gebouw is het eigenlijk beter om te spreken over een zogenaamde ´Taeymansstijl of -architectuur`, aangezien het toch vaststaat dat de provinciearchitecten Petrus Jozefus Taeymams (1842-1902) en zoon Julius Petrus Taeymans (1872-1944 ) rond de eeuwwende 1900 hun stempel hebben gedrukt op de bouw van een zeer groot aantal, grotendeels openbare, gebouwen in de provincie Antwerpen.
Van 1907 tot 1977 heeft het gebouw dienst gedaan als gemeentehuis van Balen. In 1978 werd het oude gemeentehuis in gebruik genomen door de in 1977 opgerichte Balense Heemkring.
De Sint-Andreaskerk, in Brabantse hooggotiek, met een koor, drie beuken, een transept en een zware westertoren werd in de periode 1444-1508 gebouwd en in 1526 voltooid. Evenals de typisch Kempense toren is de kerk opgetrokken met baksteen en banden van ijzerzandsteen. Een brand teisterde het gebouw en het meubilair in 1579 en in 1684.
Na de brand werden de toren en de daken in 1686 hersteld, maar de spitstoren niet. Begin 18de eeuw kreeg de kerk nieuwe gewelven. Het jaartal 1717 in de toren wijst op de restauratie. Grondige restauratie had plaats in 1961-1969.
Boven het noordelijke portiekaltaar van 1719-1720 hangt het vroeg negentiende-eeuwse schilderij Maria Tenhemelopneming, boven het zuidelijke portiekaltaar van 1719-1720 het vroeg achttiende-eeuwse schilderij Liefdadigheid van Sint-Cosmas en Sint-Damianus. Nicolaas Coopman maakte de geelkoperen doopvont van 1549. Twee biechtstoelen dateren uit de eerste helft van de 17de eeuw. De koorlezenaar is laatachttiende-eeuws. De kerk bezit verschillende houten beelden: een 16de-eeuwse Sint-Anna-ten-Drieën, Sint-Jan de Doper, en Jezus aan het Kruis; voorts een 17de-eeuwse Onze-Lieve-Vrouw met Kind, door Pieter Verbruggen, en een Sint-Sebastiaan, van omstreeks 1666.
Vermoedelijk sculpteerde Jan van Elewijt omstreeks 1725 het beeld van Sint-Cosmas en Sint-Damianus. De kruisweg van terracotta dateert van omstreeks 1850.
Van de 17de-eeuwse schilderijen behoren Abraham ontmoet de drie engelen van 1656 door Hiëronymus III Francken en Geboorte van Jezus, Sint-Odrada en Bekering van Sint-Norbertus, drie werken uit de Vlaamse school.
De kerschat bevat liturgisch zilverwerk van de 15de-19de eeuw, onder meer een cilindermonstrans uit de tweede helft van de 15de eeuw. De Sint-Andreaskerk is sinds 1936 beschermd.
In het dorpscentrum staan enkele 18de-19de-eeuwse burgerhuizen.
De Sint-Luciakapel en omgeving in Rosselaar zijn sinds 1976 beschermd. De kapel werd opgericht in 1663, verbouwd in 1748 en rond 1900 hersteld.
Na de bouw van een noodkapel tegen de westgevel in 1945 takelde de kapel af door brand en diefstal van de inboedel. Vandaag is er enkel nog de ruïne, in 2001 op een esthetische en ecologische manier geconserveerd, van een bakstenen zaalkerkje met driezijdige koorsluiting, oorspronkelijk onder een leien dak met dakruiter.
In 1952 werd de kerk Onze-Lieve-Vrouw van Altijddurende Bijstand te Rosselaar ingezegend. Het ontwerp is van de hand van architect R. Van Steenbergen uit Beerse.
De hoeve Rosselaar, vandaag volledig afgebroken en wachtend op heropbouw, was zowel qua grondplan als qua inwendige structuur een behoorlijk voorbeeld van de kleine woon- en stalhoeve.
De Hoolstmolen, schilderachtig gelegen op de Grote Nete, werd al in 1289 vermeld. De houten dakconstructie dateert samen met het oorspronkelijk houten, nu bakstenen molengebouw met pannendak uit de 18de eeuw of vroeger. Uit die periode dateert ook grotendeels het nog complete roerende werk met de houten raderen, het olieslagwerk en de graanmolen met frontale opstelling van de twee koppels maalstenen. Recenter zijn het ijzeren waterrad van 1914 en het betonnen sluiswerk van omstreeks 1940. De molen viel in 1967 stil. Sinds de restauratie eind de jaren 1980 is hij weer regelmatig in werking. Balense ‘smout’ is een gegeerd eindproduct. Hoolstmolen en omgeving zijn sinds 1987 beschermd.
De kapel van Sint-Thomas van Canterbury, Schoor, Balen is sinds 1948 beschermd. Het is een bakstenen zaalkerkje met driezijdig gesloten koor en dakruiter. De westgevel is gesloten, in de zuidelijke gevel zit een deur met korfboog. Gedeeltelijk dichtgemetselde spitsboogvensters verlichten het koor. De datum '1618' in de zuidelijke gevel verwijst waarschijnlijk naar de verbouwing in laatgotische stijl van de kapel van het eind van de 16de eeuw. Eind 20ste eeuw kreeg de kapel een restauratiebeurt.
Het Pannenhuis, Schoor, Balen is sinds 1985 beschermd. Het gebouw werd op particulier initiatief, nadat het in de jaren 1990-1999 volledig in verval geraakte, volledig afgebroken en in 2002 min of meer in oorspronkelijke stijl heropgebouwd.
Het gebouw bestond vroeger uit een woonhuis met verdieping en een stal, beide onder een zadeldak met pannen. In het vakwerk van de woonhuisgevel verving een unieke baksteendecoratie het oorspronkelijke leemwerk. Op de benedenverdieping van het woonhuis bevonden zich vooraan twee kamers met centrale open haard en achteraan de kelder, een opkamer, een gootsteen en een bakoven. De potstal, een stal met verlaagde bodem, was toegankelijk via de zijgevel. Het Pannenhuis deed dienst als schepenbank van de meierij van Scheps en is in 1680 opgericht of verbouwd. De datum staat in de bakstenen sokkel van het woonhuis. De latere verbouwingen zijn te verklaren door het gebruik als brouwerij of ‘paenhuys’, verbasterd tot ‘pannenhuis’ en boerderij. De schuren zijn verdwenen.
De kapel Sint-Jans Onthoofding, Gerheide, Balen werd in 2007 op de lijst der beschermde monumenten geplaatst. Omstreeks 1650 teisterde de veepest het gehucht, en om de plaag te bezweren bouwden de inwoners er een stenen kapel. De kapel, een ware kopie van de kapellen te Schoor en te Rosselaar, is opgetrokken in een Kempense gotiekstijl. Het gebouw is volledig opgetrokken in baksteen; bovenop het zadelvormig leien dak staat een klein zeshoekig torentje waarin een klokje hangt. De muren van de kapel worden ondersteund door tien korte steunberen. De grote ramen, twee in elke zijgevel, worden bekroond door ronde bogen en zijn gemaakt in mat geel glas. De ingangsdeur bevindt zich in de zijgevel. Het (ver)bouwjaar 1693 van de kapel werd in de westgevel ingemetseld; in deze gevel werd ook een nis uitgespaard. Van de inboedel van de kapel is ter plaatse niets meer terug te vinden.
De Most is een wandeldomein van 104 ha.
Het gemeentelijk recreatiedomein Keiheuvel is een duinengebied. In 1953 keurde de gemeente de aanleg van een meer met strand en speelvelden goed. Sinds 1956 verhuurt de gemeente een groot gedeelte van de Keiheuvel aan Aeroclub Keiheuvel. Een deel van het duinlandschap werd omgevormd tot een vlakke zandpiste die vandaag (aangepast) nog dienst doet als start- en landingsbaan voor de zweef- en sportvliegtuigen. Van het Keiheuveldomein werd ook 12 hectaren in huur gegeven aan Camping G.T. en 2,5 hectaren aan de door de Aeroclub Keiheuvel opgerichte paardenmanege.
In 1965 legde de gemeente op het domein Keiheuvel’ een speeltuin, een minigolfterrein, een atletiekpiste en tennisvelden aan. Dertig hectaren staan onder toezicht van bosbeheer en sinds 1984 staat 16 hectaren daarvan onder toezicht van de Belgische Natuur- en Vogelreservaten.
Vandaag is het recreatiedomein één van de grote publiektrekkers uit de regio. Vanuit het door de gemeente opgericht Dienstencentrum worden alle activiteiten op het domein gecoördineerd en het door de provincie opgerichte Sporthotel (1990-1992) is de verblijfstek van tal van groeperingen.
De Topmolen, met inbegrip van het toebehoren, de inrichtingen de onmiddellijke omgeving, is sinds 1993 beschermd. Deze kleine watermolen van 1850 staat op de Zweilingloop of Maalbeek, een kunstmatig aangelegde 900 meter lange zijloop van de Grote Neet. De molen met metalen rad met houten velgen is de enige bovenslagmolen in de provincie Antwerpen. Het kleine molengebouwtje bij het woonhuis bevat oud maatwerk met houten raderen en een koppel maalstenen. Er is ook een generator van omstreeks 1920, die een elektromotor uit de jaren 1940 aandreef. De topmolen, inactief sinds 1958, werd beginjaren 1990 deels gerestaureerd en weer maalvaardig gemaakt. Sinds enkele jaren dreigde helaas weer totaal verval; vandaag maakt men opnieuw werk van een eventuele restauratie.
De neogotische Sint-Jozefkerk en pastorij in Wezel dateren beiden van 1905. De kerk is gebouwd in de vorm van een kruis. Zij werd opgetrokken in rode baksteen en is bedekt met leisteen. De grote delen van de kerk zijn het koor, het schip, de twee zijbeuken, de doopvont en het portaal. Dit alles is bekroond met een spitse toren met daarop een kruis en een torenhaan. Zowel de kerk als de pastorij werden ontworpen door provinciaal bouwheer Julius Petrus Taeymans (1872-1944 )
De neoromaanse Sint-Hubertuskerk van 1898 heeft drie beuken, een kruisbeuk, een koor en een toren. De kerk is gebouwd naar een ontwerp van architect P.J. Taeymans. Het meubilair is van omstreeks 1900. De houten beelden zijn afkomstig van de gesloopte laatgotische kapel van 1594: Sint-Hubertus van begin 16de eeuw, Sint-Barbara en Sint-Lucia van eind 16de eeuw, Onze-Lieve-Vrouw met Kind van begin 17de eeuw en Sint-Bernardus van een eeuw vroeger.

