Balense geschiedenis

 

BALEN

  • eerste vermelding in 1173 Banele; ban = rechtsgebied, en le, lo = bos
  • deelgemeenten: Balen, Olmen
  • gelegen in arrondissement Turnhout; provincie Antwerpen
  • gelegen aan de Grote Nete; aan het Kempisch kanaal
  • 7288 ha; zandig, uitgestrekte landduinen;
  • 20.663 inwoners ( op datum van 14 december 2007)
  • woondorp; landbouw; oude en nieuwe industrie

Geschiedenis

Balen was eeuwenlang één van de voogdijdorpen Mol‑Balen‑Dessel, aanvankelijk onder de abdij van Corbie, later onder plaatselijke heren zoals de families van Bocholt, De Renesse van Furstenberg en de Mol. In Scheps was er een lokale laatbank. Het dorp bereikte enige bloei dankzij zijn ligging aan het knooppunt van wegen naar Antwerpen, Rijnland, Gelderland en Leuven. In Balen bestond enige huisnijverheid in samenwerking met het textielcentrum Mol‑Dessel.
De metamorfose kwam in de 19de eeuw door industrialisatie en ontginning van de heide, wat een bevolkingsexplosie teweegbracht.
Walter Van den Broeck gaf met zijn ‘Groenten uit Balen’ het dorp een plekje in de literatuur maar wielrenner Tom Boonen plaatste Balen op de wereldkaart.

Algemene informatie

Balen is gelegen aan de uiterste oostgrens van de provincie Antwerpen en maakt deel uit van het arrondissement Turnhout. Balen wordt begrensd door de gemeenten Mol, Lommel, Eksel, Leopoldsburg, Heppen, Oostham en Meerhout.
Volgens de eerste telling van de bevolking telde Balen in 1800 2250 inwoners en volgens de tellingen in 1971 telde Balen 15084 inwoners.

Historisch overzicht van Balen

De prehistorie (tot 57 voor Christus)
Talrijke voorwerpen welke gevonden werden in onze gemeente en in de onmiddellijke omgeving wijzen erop dat dit dorp reeds in het Steentijdperk bewoond was. Omstreeks 2000 voor Christus zouden Kelten op het grondgebied van Balen geleefd hebben. Zij werden verdreven door Belgen, afkomstig uit Germanië. Eerst vestigden zich de Menapiërs in de Kempen, daarna de Eburonen en ten slotte de Taxanders, eveneens afkomstig uit Germanië.

Het Romeins tijdperk (57 voor Christus - 445 na Christus)
Balen heeft zeer waarschijnlijk zijn naam te danken aan een Romeinse heirbaan die naar Germanië leidde. Tot in de 13de eeuw schreef men steeds Baenle, dit betekent “plaats aan de baan”. Later werd deze naam verander in Baele, Baelen, en uiteindelijk Balen. Men vermoedt dat er een Romeins paleis zou gevestigd zijn.

Het Frankisch tijdperk (445 – 843)
In de zevende eeuw bouwde men de eerste kerk van Balen maar deze is in de negende eeuw door de Noormannen verwoest.

Het Feodaal-Communal tijdperk (843 – 1384)
Over deze tijdsblok is er niets neergeschreven door de personen van die tijd. Hiervan is dus logischerwijs niets teruggevonden.

Het Bourgondisch tijdperk (1384 – 1482)
Ten tijde van Fhilips de Stoute (1384-1404) werd Balen bestuurd door één of twee burgemeesters bijgestaan door schepenen. Vanaf 1456 voegde Filips de Stoute hierbij nog een raad van zes gezworenen. In 1444 begonnen de Balenaren op eigen initiatief en kosten een kerk te bouwen die in 1508 voltooid was. In 1445 bouwde men de eerst windmolen in Balen. Deze werd in 1799 afgebroken.

Het Habsburgse tijdperk (1482 – 1555)
Tot 1515 werd Balen herhaaldelijk getroffen door plunderende bendes. In 1507 werd Balen volledig verwoest. Tussen 1510 en 1513 viel Karel van Egmont herhaaldelijke malen met zijn bende aan.

Het Spaanse tijdperk (1555-1713)
Er heerste in Balen een pestplaag van 1555 tot 1560. Vanaf 1573 werd Balen geteisterd door plunderende en brandstichtende legers. In 1573 trokken protestanten door de streek en in 1578 werd Balen afgebrand, daarbij heerste er nog eens een wolvenplaag.

Het Oostenrijks tijdperk (1713 – 1795)
In 1744 brak de oorlog tussen Frankrijk en Oostenrijk uit. Aangezien Balen toen onder Oostenrijks bewind gevestigd was moesten zij toen ten strijde tegen de Fransen. Deze oorlog duurde tot 1747.

Het Frans tijdperk (1795 – 1815)
Balen maakte toen deel uit van de municipaliteit Mol, departement der beide Neten. Een scout, hoofd van de Gemeente, bestuurde in samenwerking met twee schepenen en drie burgemeesters het dorp. In 1792 (toen er nog maar eens een oorlog woedde tussen Frankrijk en Oostenrijk) verbleef te Balen een Frans leger van ongeveer 90 000 man. Op 17 oktober 1798 werden alle ongehuwde, weerbare mannen tussen 20 en 25 jaar opgeroepen. Velen weigerden en een Balense compagnie, 35 man sterk, vormde het boerenleger. (boerenkrijg 1798-1799). Zij vochten tegen het Franse leger.

Het Nederlands tijdperk (1815 – 1830)
1816: Balen krijgt zijn eigen wapenschild. In 1821 kreeg Balen een door de staat aangestelde burgemeester, bijgestaan door drie schepenen. In 1826 werden drinkpartijen na begrafenissen verboden terwijl in 1827 de familie verbod kreeg plaats te nemen op de lijkkarren.

Balen onder onafhankelijk België vanaf 1830
1834: Leopold I bezoekt Balen.

28 september 1914: De Duitsers trekken door Balen.

1920: Oprichting van een standbeeld op het marktplein, ter herinnering aan de 29 gesneuvelde Balense soldaten tijdens WO I.

12 mei 1940: de Duitsers trekken door Balen, 7 Balense soldaten sneuvelde tijdens WO II,.

De Kerk

De eerste steen van de kerk werd gelegd op 13 augustus 1444. Zij werd voltrokken in 1508. Op 16 september 1578 was er brand in de toren van de kerk. Meteen begon men met de herstelling van de toren. De toren was hersteld in 1598.
Op 25 juni 1684 was er opnieuw brand in de kerk. Ditmaal was de torenspits volledig vernield. In 1715 werd het voor het eerst een akkoord bereikt tussen het dorpsbestuur en de abdij van Averbode voor de wederopbouw van de kerk. Men is met de wederopbouw gestart in 1717, nu was er geen ranke torenspits aanwezig.
In 1855 werden in de toren twee nieuwe klokken gehangen. De kerk werd gebouwd in baksteen versierd met ijzerzandsteen. Opgericht in de stijl van de Brabantse hooggotiek, heeft zij een meer sober karakter.